
informatief Leestijd: 5 min
Roof van Proserpina: de groep van Bernini in de Galleria Borghese
Bijgewerkt op 27 oktober 2026
De Roof van Proserpina, ook wel ‘de ontvoering van Proserpina’, is een marmergroep van Gian Lorenzo Bernini, gemaakt in 1621 en 1622 voor kardinaal Scipione Borghese. Ze toont Pluto, de god van de onderwereld, die Proserpina wegdraagt terwijl zij zich probeert te bevrijden; aan zijn voeten de driekoppige hond Cerberus. De groep is zonder sokkel 255 cm hoog en staat midden in zaal 4, de Zaal van de Keizers, in de Galleria Borghese in Rome. Bernini was 23 toen hij haar voltooide.
De mythe
Het verhaal wordt verteld door de Romeinse dichters Ovidius, in het vijfde boek van de Metamorfosen, en Claudianus, in De roof van Proserpina. Proserpina, dochter van Jupiter en van Ceres, de godin van de oogst, plukt bloemen bij het meer van Pergusa bij Enna op Sicilië. Pluto breekt uit de aarde los en sleurt haar mee naar zijn rijk.
Ceres, gek van verdriet, laat de aarde uitdrogen en de oogsten mislukken. Jupiter grijpt in, en er komt een akkoord: Proserpina brengt het halve jaar door bij haar moeder en het andere halve jaar bij Pluto. De mythe verklaart de seizoenen. Is zij beneden, dan sterft de natuur en wordt het winter; keert ze terug, dan wordt het lente.
‘Roof’ heeft hier de oude betekenis van het Latijnse raptus, een grijpen of ontvoeren. In het Engels heet de groep daarom ‘Rape’, en Wikipedia geeft de voorkeur aan de vertaling ‘Abduction of Proserpina’, ontvoering van Proserpina. De Italiaanse titel is Ratto di Proserpina.
De hand op de dij
Bernini koos het hoogtepunt van het verhaal. Pluto tilt Proserpina van de grond terwijl zij zich wegdraait, zich tegen hem schrap zet en een arm uitslaat. Zijn vingers drukken in haar dij en haar middel, en het marmer lijkt mee te geven als huid. De catalogus van het museum beschrijft hoe Pluto’s handen in haar vlees wegzakken terwijl zijn spieren zich spannen om het tegenspartelende lichaam vast te houden.
Hoe laat je steen zacht lijken? Wikipedia beschrijft dat Bernini voor elk oppervlak ander gereedschap gebruikte: schuurmiddel voor de gladde huid, een beitel voor het gebladerte en een rasp voor de stof. Let ook op het gezicht van Proserpina: er rolt een traan over haar wang.
De constructie is volgens het museum tot de grens van de stabiliteit doorgevoerd. De twee figuren trekken van elkaar weg en blijven toch allebei naar de kijker gekeerd. Cerberus, via de stof met Pluto verbonden, markeert de grens van de onderwereld en helpt de groep te dragen. Hij kwam er misschien pas bij toen Bernini de steun nodig had, want op zijn bewaarde schets ontbreekt de hond. Die tekening is zijn vroegste dateerbare en de enige bekende voorstudie voor zijn Borghese-beelden.
Anders dan veel beelden uit die tijd is de groep ontworpen voor één hoofdaanzicht, recht van voren. Van daaruit zie je de wanhoop van Proserpina en de greep van Pluto tegelijk.
Bernini keek ook naar oudere voorbeelden. Het museum wijst voor de krachtige, brede stand van Pluto’s benen op de antieke Borghese-gladiator, toen in Scipiones eigen collectie, en voor de lichamen op het plafond van Annibale Carracci in het Palazzo Farnese.
Opdracht, geschenk en terugkeer
- Juni 1621: Scipione Borghese betaalt Bernini 300 scudi voorschot voor ‘een beeld van Pluto die Proserpina ontvoert’ en een buste van de overleden paus Paulus V, zijn oom.
- September 1622: de sokkel van wit marmer is klaar. Die droeg een Latijns tweeregelig vers van kardinaal Maffeo Barberini, de latere paus Urbanus VIII, met de stem van Proserpina. In de vertaling van het museum ongeveer: ‘O jij die je naar de aarde buigt en bloemen plukt, zie mij, hoe ik naar het huis van de wrede Dis word ontvoerd.’
- Herfst 1622: de groep verlaat Bernini’s werkplaats bij Santa Maria Maggiore en wordt, beschermd door een houten stellage, naar de Villa Ludovisi gebracht. Scipione heeft haar geschonken aan kardinaal Ludovico Ludovisi, neef van de nieuwe paus Gregorius XV. Het museum ziet het geschenk als reactie op het politieke klimaat, dat na de verkiezing minder gunstig was.
- Eind 19e eeuw: de Villa Ludovisi wordt afgebroken, en de groep komt in het nieuwe Palazzo Boncompagni Ludovisi.
- 1908: de Italiaanse staat koopt haar en brengt haar terug naar de Galleria Borghese, midden in de Zaal van de Keizers.
- 1911: Pietro Fortunati hakt de huidige sokkel. De originele sokkel met de verzen van Barberini is verloren.
Het geschenk verklaart waarom Apollo en Daphne bestaat. Wikipedia merkt op dat de nieuwe groep waarschijnlijk de weggegeven groep moest vervangen.
Waar de groep staat
De groep staat midden in zaal 4, de Zaal van de Keizers, ook Galerij genoemd, op de begane grond. De zaal is genoemd naar 18 bustes van de twaalf caesars van porfier en albast, met enkele herhalingen en een Juno, gemaakt in de 17e eeuw. Erboven schilderde Domenico de Angelis tussen 1778 en 1780 het verhaal van de zeenimf Galatea in het gewelf. Vier marmeren vazen van de seizoenen uit 1785 staan verspreid door de zaal.
De Roof van Proserpina zien tijdens je bezoek
De Galleria Borghese laat elk uur bezoekers binnen in vaste tijdsloten van twee uur, met maximaal 180 mensen per tijdslot, en elk ticket moet gereserveerd worden. Zaal 4 ligt op de begane grond bij de andere groepen van Bernini, de David in zaal 2 en Apollo en Daphne in zaal 3.
Het officiële ticket kost € 18 (€ 16 + € 2 reserveringskosten) en wordt niet terugbetaald. Een rondleiding is er vanaf € 49 per persoon met gratis annuleren tot 24 uur vooraf, en de pagina tickets en rondleidingen vergelijkt alle opties.
Alle werken op een rij vind je bij de beelden van Bernini in de Galleria Borghese op onze pagina over de meesterwerken.
Bekijk prijzen & data
Boek je tickets vooraf: populaire tijdsloten raken snel uitverkocht.
Galleria Borghese boeken
Vanaf€ 39per persoon
Beschikbaarheid bekijken- Gratis annuleren tot 24 uur vooraf bij elk vermeld ticket
- Nu reserveren, later betalen
- Officiële prijs altijd ernaast
Prijs gecontroleerd op 27 okt 2026
Veelgestelde vragen
Wanneer maakte Bernini de Roof van Proserpina?
In 1621 en 1622, in ongeveer een jaar. Bernini was 23 toen hij de groep voltooide, en het was de eerste van zijn grote marmergroepen voor kardinaal Scipione Borghese.
Hoe groot is de Roof van Proserpina?
255 cm hoog zonder sokkel, volgens de catalogus van de Galleria Borghese. De groep is uit wit marmer gehakt.
Waarom was de groep bijna 300 jaar niet in de collectie Borghese?
Scipione Borghese schonk haar in 1622 aan kardinaal Ludovico Ludovisi, nadat een Ludovisi tot paus was gekozen. Ze bleef bij de familie Ludovisi tot de Italiaanse staat haar in 1908 kocht en terugbracht naar de Galleria Borghese.
Waar staat de Roof van Proserpina?
Midden in zaal 4, de Zaal van de Keizers, op de begane grond van de Galleria Borghese in Rome.
Bronnen